Met kater Jack, noodles en een kop thee op tafel is er altijd iemand in de buurt die je wat kunt vragen.

JORIEKE VAN NOORLOOS 

'Jeetje Magali, wat zie je wit. Gaat het wel?" vraagt huiswerkcoördinator Sharon van Gelderen (30). En inderdaad, het meisje is wat pips. "Nee, ik voel me niet zo lekker, ik ben vandaag ook thuisgebleven van school. Maar ik wilde hier toch naartoe," zegt Magali Bruins (11). Ziek, maar toch komen naar het huiswerkinstituut. Dat wil wat zeggen.

Sinds 18 augustus is er op de Plantage Middenlaan 12 een plek om je huiswerk te maken onder begeleiding, van Dees Amsterdam. Elke schooldag zitten er maximaal twintig kinderen te studeren. Het instituut richt zich op kinderen uit de eerste, tweede en derde klas van havo en vwo. Het bijzondere aan deze locatie is vooral de huiselijke sfeer; er loopt een grote rode langharige kater rond - Jack - en achterin het pand is een zithoek. De lampen zijn wat gedimd en tijdens het huiswerk maken mogen de kinderen een tosti of noodles eten, met een glas Holy Soda, thee of water. En er zijn twee iMacs, om bijvoorbeeld presentaties te kunnen maken. 

Desirée Arts-Jansen, oprichter van Dees Amsterdam, werkte jaren in de reclame, maar stopte toen ze kinderen kreeg. Nu haar oudste zoon Abel (12) sinds september naar de middelbare school gaat, besloot ze een huiswerkinstituut op te richten. "Ik heb daar altijd aan gedacht, maar het nooit gedaan, omdat mijn kinderen nog jong waren. Toen ik ouders om me heen hoorden zeggen dat de stap naar de middelbare school zo groot is, besloot ik dit idee maar eens waar te maken." Arts-Jansen is niet de enige met dit idee. Volgens Jiles Luyt (35), vicevoorzitter van de Landelijke Vereniging van Studiebegeleidingsinstituten, meldde drie tot zes procent van de scholieren zich in 2014 aan voor huiswerkbegeleiding. Dat zijn ongeveer 44.100 kinderen.

Gemiddeld kost dat tussen de 250 en 375 euro per maand voor drie middagen in de week. "De vraag naar huiswerkbegeleiding komt waarschijnlijk door de strengere exameneisen en het wegvallen van de studiebeurs."

Tot drie jaar geleden nam het aantal huiswerkinstituten flink toe, maar tegenwoordig is de groei vrij stabiel. Luyt: "Als er twintig instituten bijkomen, verdwijnen er ook weer twintig." 

Bij Dees Amsterdam hangt in de keuken een whiteboard met de roosters van de kinderen. Per shift van twee à tweeënhalf uur komen er ongeveer vijf à zes kinderen. Per vijfentwintig minuten is er vijf minuten pauze. Deze middag zijn er twaalf kinderen, van het Amsterdams Lyceum, St. Ignatiusgymnasium, Montessori Lyceum Amsterdam, Hyperion Lyceum, De Nieuwe Havo en het Gerrit van der Veen College. 

Eén van hen is Bron Hollander (14). Met een bak noodles en kat Jack naast zich maakt hij zijn wiskundehuiswerk. Hij zit in de derde klas van het gymnasium. "Ik ging altijd al naar huiswerkbegeleiding, omdat mijn ouders dat wilden. Zij vragen wel vaak naar school: wat mijn cijfers zijn en of ik nog toetsen heb. Dit instituut is wat rustiger, ook omdat ik hier met weinig anderen zit. Het is wel redelijk ver fietsen vanuit Oud-Zuid, zo'n vijfentwintig minuten." Brons ouders zijn niet veel thuis. "Daarom kon ik pas 's avonds dingen aan mijn ouders vragen. Hier lopen mensen rond die ik altijd iets kan vragen, dat is fijn. En thuis word ik afgeleid, hier niet." 

Ook Magali Bruins wordt hier minder afgeleid dan thuis. "Eerste wilde ik niet naar huiswerkbegeleiding, maar van mijn moeder moest ik. Mijn cijfers waren ook niet zo goed. Ik haalde zessen en zevens, soms een acht." Magali wilde vaak te snel haar huiswerk maken. "Nu doe ik dat niet meer en haal ik betere cijfers. Het is hier echt chill, het voelt een beetje als thuis." 

Volgens Desirée Arts-Jansen is de huiswerkbegeleiding ook bedoeld om kinderen van de straat houden. "Ouders weten nu dat hun kinderen uit school bij ons zitten en voor het eten weer thuiskomen. We bieden ze een soort huiskamergevoel aan, maar ook een veilig plek. Het scheelt ook een heleboel stress: ouders hoeven niet naar het huiswerk te vragen, omdat ze weten dat de kinderen dat hier hebben gemaakt." "Natuurlijk zitten er altijd bezorgde ouders tussen, die er dan bovenop zitten. Daarom maken we ook een planning met de ouders en het kind. De kinderen maken hier hun huiswerk, maar leren vooral organiseren en studeren. Want hoe jonger je daarmee begint, hoe beter je straks je werk kunt indelen." 

Thomas Harm (80) heeft al veertig jaar ervaring met huiswerkinstituten en schreef het boek Huiswerkbegeleiding, een gids voor ouders en begeleiders. Volgens hem worden kinderen soms te snel op een huiswerkinstituut gezet. "Het kind komt niet mee op school, dus zetten we het op een huiswerkinstituut. Terwijl het kind misschien nog niet rijp is om goed mee te komen op school." Harm vindt het dan ook belangrijk om te kijken naar de positieve punten. "Gaat een kind qua wiskundecijfer van een drie naar een vijf? Heel goed, prijzen! Vooruitgang! Ouders moeten zich realiseren dat niet in ieder kind een gymnasiast zit. Dat moeten we ook niet willen. Het idee van een huiswerkinstituut is het beste uit het kind te halen. Te leren organiseren en studeren. Niet ieder kind heeft huiswerkbegeleiding nodig. Sommigen kunnen prima voor zichzelf werken." "Het concept van een huiskamer lijkt mij dan ook niets. Ik heb ook huiswerkinstituten gehad en daar werkten kinderen in een soort cabines. Als je met een hele groep in een soort huiskamer zit, gaan de kinderen toch alleen maar kletsen?" 

Volgens hem is het vooral belangrijk dat ouders zich met hun kind bemoeien. "Ik merk dat ouders denken: mijn kind gaat naar het huiswerkinstituut, dus gaat hij nu goeie cijfers halen, want daar betalen we voor. En zijn die cijfers niet goed, dan ligt het aan de huiswerkbegeleiding. Terwijl het er veel meer om draait wat het kind voelde tijdens het maken van die toets. Vraag je kind eens hoe het met hem gaat. Daar draait het om."